Over internetconsultaties en convenanten
Nieuwe regels voor het welzijn van vleesvee vallen tegen. Toch pleit de sector voor mínder regels ten gunste van een privaat convenant.
Dinsdag sloot de internetconsultatie over nieuwe regels voor het welzijn van ‘vleesvee’. Dat zijn runderen die niet voor hun melk, maar voor vlees worden gehouden. In de regelgeving voor een dierwaardige veehouderij die vorig jaar ter consultatie werd voorgelegd, was deze (kleine) sector over het hoofd gezien. Toch zijn ook daar hervormingen nodig. De kerngedachte van een dierwaardige veehouderij is immers dat we gaan redeneren vanuit de behoeften van de dieren in plaats van hun nut voor de mens. Dan kan het niet zo zijn dat in de kalver- en melkveehouderij toch andere welzijnsregels voor runderen gaan gelden dan in de vleesveesector.
De nieuwe regels zijn het gevolg van een wetswijziging in 2024. Toen voegde een amendement van D66 en VVD de ‘zes leidende principes’ voor een dierwaardige veehouderij aan de Wet dieren toe. Die principes waren drie jaar eerder door de Raad voor Dierenaangelegenheden geformuleerd. Eén — met de grootste gevolgen voor de veehouderij — is dat alle gehouden dieren in uiterlijk 2040 hun natuurlijke, of soorteigen, gedrag moeten kunnen vertonen.
Vandaar deze extra consultatie. Helaas lijkt van de inbreng van dierenartsen en -beschermers in de vorige nog weinig gebruik te zijn gemaakt. De voorgestelde regels voor vleesvee bevatten namelijk veel van dezelfde gebreken als het ontwerp voor kalveren, melkvee, kippen en varkens. (Daar schreef ik een jaar geleden deze nieuwsbrief over.)
Zoogdieren die niet mogen zogen
Ook in de vleesveesector zouden kalfjes niet bij hun moeder mogen zogen, terwijl zogen een evidente gedragsbehoefte is van zoogdieren. Volgens toenmalig minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB) is de ‘optimale scheidingsleeftijd’ van kalf en koe nog niet bekend.
Dat is een drogreden; er ís niet één ‘optimale’ scheidingsleeftijd voor alle kalveren en alle koeien onder alle omstandigheden. Wanneer de dieren vrij worden gelaten, zogen kalveren tussen de 6 maanden en een jaar bij hun moeder. Soms nog iets langer.
Het is ook een cynisch tegenargument. We weten immers wél dat het niet ‘optimaal’ is om kalveren vrijwel direct hun geboorte bij de koe weg te halen. Toch gebeurt dat op bijna alle rundveebedrijven in Nederland. Als kalveren bij hun moeder mogen zogen, blijft er geen tot minder melk over voor mensen. Er moet dus iets van een ondergrens komen, bijvoorbeeld gebaseerd op wanneer kalveren vast voedsel kunnen verteren.
Met idealiter ook enige norm over de manier van scheiden die niet al te strikt is. Boeren die hun kalfjes wel bij de koe houden, scheiden de dieren op verschillende manieren. Er is oprecht nog geen consensus over de ‘optimale’ manier, maar vaak richten zij stal en beweiding zo in dat kalf en koe elkaar nog wel kunnen horen, zien en ruiken. Volgens deskundigen van de Universiteit Utrecht bouwen moeder en kalf ‘in de eerste uren een hechting op, gefaciliteerd door hormonale veranderingen.’
Beide herkennen elkaar aan geluid en geur. Deze band blijft jaren bestaan.
Al te ‘open’ normen en ‘doelvoorschriften’ daarentegen zijn ook niet wenselijk. De ervaring leert dat die in de veehouderij zelden worden ingevuld.
Kwestie van geld
Dat is niet per se onwil, maar een kwestie van geld. Dieren de mogelijkheid geven om meer van hun soorteigen gedrag te vertonen, kost meer. Er is vaak meer ruimte nodig. Zo moeten er voor kippen structuren worden aangebracht waarop de dieren kunnen ‘roesten’ (samen rusten) en waarin ze kunnen schuilen om ongewenst gedrag van hokgenoten te vermijden. Varkens moeten kunnen wroeten en ‘zoelen’ (een modderbad nemen). Dieren moeten naar buiten kunnen. Zolang zuivel- en vleesverwerkers, horeca en supermarkten de meerkosten van een dierwaardige veehouderij niet (volledig) vergoeden, is het voor de meeste boeren niet te doen.
Gelukkig zijn consumenten steeds vaker bereid zijn om extra te betalen voor dierlijke producten met een keurmerk zoals biologisch of Beter Leven, inmiddels één op de vijf. De meeste supermarkten verkopen geen verswaren meer zónder Beter Leven-keurmerk. (Nog wel verwerkte producten.)
Er zijn de afgelopen jaren allerlei concepten en speciaalzaken bijgekomen die dierwaardige producten vermarkten, zoals Allebei, BioMeerWaarde Ei en BioMeerWaarde Kip, Buitengewone Varkens, Brandt & Levie, JEGG, Kalverliefde, Kipster, Livar, Natuurvlees en Remeker.
De horeca laat het afweten. In de meeste restaurants, snackbars en winkels krijg je als consument geen informatie over waar een lap vlees of broodje ei vandaan komt.
Grazers die nog mogen grazen
Andere redenen om ‘kalf bij de koe’ niet te verplichten, zijn volgens de Nota van Toelichting bij de voorgestelde regelgeving de ‘aanzienlijke impact’ op de ‘bedrijfsvoering’ en het ‘verdienmodel’.
Weidegang zou om dezelfde redenen niet worden verplicht. Het ‘stimuleren’ van weidegang ‘beter past’ in een gebiedsgerichte aanpak. Niet ‘beter’ voor de dieren, want ‘stimuleren’ maakt weidegang niet zeker. Terwijl grazen een essentiële gedragsbehoefte is van runderen.
Weidegang geeft kalfjes ook ruimte om te spelen, wat hun emotionele en fysieke gezondheid ten goede komt. De 2 tot 2,2 vierkante meter ruimte per dier die de voorgestelde regels kalveren gunt, biedt die ruimte niet. Bij gebrek aan buitenuitloop of weidegang vertonen stieren ook meer ongewenst seksueel gedrag naar hokgenoten.
Dit zijn geen meningen van dierenartsen (lees bijvoorbeeld de reactie van Caring Vets) of dierenwelzijnsorganisaties (zoals de Dierenbescherming, Dier&Recht en Wakker Dier), maar conclusies die de afgelopen jaren zijn getrokken door de Raad voor Dierenaangelegenheden (2021), experts in diergedrag van de Universiteit Utrecht (2022) en het panel voor diergezondheid en dierenwelzijn van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid in onderzoeken naar kalveren (2023), melkvee (2023) en vleesvee (2025).
Wie geen duizenden pagina’s wetenschappelijke onderzoeken en opinies wil doorspitten, kan een samenvatting lezen op Dierwaardig Nu, een nieuwe website die wij in de Dierencoalitie samen met Caring Vets, Caring Farmers en de Dierenbescherming hebben gemaakt. Daar kun je ook verhalen lezen van dierwaardige boeren en bovengenoemde dierwaardige keteninitiatieven.
Sector: liever convenant dan regelgeving
Een rode draad door de reacties van sectorpartijen in de internetconsultatie is: zet de nieuwe regels láger in. Met als argumenten (mijn samenvatting):
Het is te duur.
Het is niet allemaal nodig.
Wij regelen dit liever zelf in een convenant met de Dierenbescherming.
Die argumenten spreken elkaar volgens mij tegen, want als je het eigenlijk te duur en deels onnodig vindt, ga je toch niet met overtuiging zo’n convenant uitvoeren?
In het convenant zijn ook geen harde afspraken gemaakt over of en hoe veehouders moeten voorzien in het exploreer-, foerageer, maternaal en zooggedrag van runderen, oftewel ‘kalf bij de koe’ en weidegang. Wel zijn er ‘ambities’ opgeschreven en pleit het convenant voor ‘experimenteerruimte’ en ‘meer inzicht en kennis vergaren’. Met als ‘eindbeeld’ dat kalveren in 2040 ‘langer’ bij de koe blijven en runderen ‘zoveel weidegang als mogelijk’ krijgen.
De Dierenbescherming vindt dat ‘langer’ minstens 3 maanden zou moeten betekenen en dat álle runderen moeten kunnen weiden, maar daar waren LTO Melkveehouderij, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, Dutch Dairymen Board, het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt en de belangenorganisatie voor zuivelverwerkers NZO het niet mee eens. De vleesveesector was niet bij het convenant betrokken.
Met deze vage — en vrijblijvende, want de NVWA kan private afspraken niet handhaven en een rechter kan boeren niet dwingen om mee te doen — beloften is een dierwaardige rundveehouderij in 2040 toch niet zeker?
De Wet dieren eist wel dat alle dieren dan worden gehouden in stalconcepten ‘waarin dieren van alle leeftijden de keuzevrijheid en ruimte hebben om soorteigen gedrag uit te voeren’ en die voorzien ‘in de gedragsbehoeften van de soort, onder andere voor wat betreft sociaal gedrag, zelfverzorgend gedrag, foerageergedrag, territoriaal gedrag, maternaal gedrag en rustgedrag.’
Eerder convenant viel tegen
Het convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’ is niet uniek. In 2012 sloten banken, boeren, kaashandelaren, provincies, natuurbeheerders, veevoeders, zuivelverwerkers en Albert Heijn, Jumbo en de Dierenbescherming ook al eens een convenant, over weidegang. Hoe ging dat?
Het Convenant Weidegang had twee simpele doelen:
Koeien (dus niet kalveren en stieren) ‘zoveel als mogelijk’ weidegang bieden.
Tenminste het niveau weidegang van toen — 81 procent van de bedrijven — vasthouden.
Waarbij ‘weidegang’ niet betekende: de koe kan altijd de wei in. Een bedrijf past ‘weidegang’ toe als koeien minstens 120 dagen per jaar minstens 6 uur kunnen weiden.
14 jaar na het sluiten van dat convenant — toevallig precies hoeveel tijd we nu hebben tot de wettelijke deadline van een dierwaardige veehouderij in 2040 — is het aandeel melkveebedrijven dat weidegang toepast… 72 procent.
Minder boeren, meer megastallen
Het is meestal niet zo dat boeren op een gegeven moment besluiten om hun koeien binnen te houden. De reden dat relatief minder melkveebedrijven weidegang toepassen, is dat dié (kleinere, extensieve) boeren stoppen. Collega’s kopen hun fosfaatrechten — nodig om in Nederland melkvee te houden — op en breiden uit.
Hoe meer koeien een bedrijf heeft, hoe kleiner de kans is dat ze weidegang toepassen, blijkt uit onderzoek door Wakker Dier gebaseerd op cijfers van Wageningen Environmental Research.
De afgelopen vier jaar stopten 3.701 boeren, een afname van 16 procent. Volgens RVO lieten 145 van deze boeren zich uitkopen onder regelingen die zijn opengezet om de ammoniak- of stikstofuitstoot in de veehouderij te verlagen. Verreweg de meeste bedrijfsbeëindigingen waren dus marktgedreven.
In dezelfde vier jaar kwamen er 105 ‘megastallen’ bij, een toename van 11 procent. In de melkveehouderij zelfs 146. In de pluimvee- en varkenssectoren sloten enkele megastallen, vandaar een totale toename van 105.
Een ‘megastal’ betekent voor Wakker Dier dat er meer dan 250 koeien of meer dan 2.500 kalveren in één stal worden gehouden. De reden voor deze grens is dat een stal van zo’n omvang de grootte van een agrarische bouwblok — meestal 1 tot 1,5 hectare — maximaal benut.
Er zijn nu 660 megastallen met koeien en nog eens 11 met vleeskalveren in Nederland. Eén op de zeven koeien leeft in zo’n megastal. Nog één op de zeven leeft in een stal met 175 tot 250 koeien. Ook die komen zelden buiten.
De trend voor rundvee is dus nog steeds richting intensivering, ondanks convenanten uit het verleden en beloften over de toekost. Staatssecretaris Silvio Erkens (VVD), die nu verantwoordelijk is voor dierenwelzijn, komt waarschijnlijk vlak na de zomer met definitieve regelgeving voor een dierwaardige veehouderij. Dan zullen we weten wat de doorslag heeft gegeven: dierwaardigheid of het ‘verdienmodel’.


