Waarom gaan hoogzwangere dieren nog steeds op transport?
Een Europees verbod wordt in Nederland om de dag overtreden. Van een aangescherpt nationaal verbod is het nooit gekomen.
Drachtige dieren mogen in de Europese Unie niet worden getransporteerd in de laatste één tiende van hun zwangerschap. Toch blijkt uit cijfers opgevraagd door Wakker Dier — één van de organisaties in de Dierencoalitie, waar ik voor werk — dat inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vorig jaar 196 hoogdrachtige koeien in het slachthuis aantroffen; 60 procent méér dan een jaar eerder.
Het panel voor diergezondheid en dierenwelzijn van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) concludeerde in 2017 dat het transporteren van (hoog)zwangere dieren grote welzijnsrisico’s met zich meebrengt. Koeien ervaren nog meer stress, wat ertoe kan leiden dat zij ontlasting in hun vruchtwater uitscheiden. Wanneer een koe of zeug (vroegtijdig) op transport bevalt, bestaat het risico dat de jongen worden vertrapt door andere dieren in de vrachtwagen. Wanneer een dier zwanger wordt geslacht, stikt het ongeboren jong meestal in de baarmoeder door zuurstofgebrek. Ongeboren biggen overleven de slacht van hun moeder in de regel niet, kalfjes heel af en toe. Die worden dan ter plekke alsnog gedood.
Zelden een boete
De NVWA beschouwt het vervoeren van hoogzwangere dieren als een ‘zware’ overtreding. In 2022 besloot de NVWA zelfs om deze overtreding als ‘dierenmishandeling’ aan te merken. Daarmee zouden overtreders strafrechtelijk kunnen worden vervolgd.
Die beslissing werd twee jaar later teruggedraaid, want zou ‘praktisch onuitvoerbaar’ zijn. Nu riskeren overtreders weer (alleen) een boete van 1.500 euro.
In 30 procent van de gevallen wordt zelfs een boete niet opgelegd, ontdekte Wakker Dier. Die overtreders komen met een waarschuwing weg.
‘Klip-en-klaar’
Al sinds 2015 beloven opeenvolgende ministers en staatssecretarissen nationale regelgeving om het transport van hoogzwangere dieren écht te stoppen. In 2018 tekenden ruim 30.000 mensen een petitie van Dier&Recht — ook lid van de Dierencoalitie — die daartoe opriep. Tweede Kamerleden Tjeerd de Groot (D66) en Esther Ouwehand (PvdD) namen de petitie in januari 2019 in ontvangst.
De Groot, Ouwehand, maar ook Carla Dik-Faber (CU), Frank Futselaar (SP) en William Moorlag (PvdA) vroegen toenmalig minister van Landbouw Carola Schouten (CU) dezelfde maand in een debat om gehoor te geven aan de petitie. Schouten zei een wetswijziging voor te bereiden, waarmee het transport van zwangere dieren niet na 90 procent maar na twee derde van de dracht zou worden verboden:
Laat ik klip-en-klaar zeggen dat ik het onwenselijk vind dat hoogdrachtige koeien worden geslacht. Ik heb daar volgens mij niet meer woorden voor nodig.
Op de vraag of ze niet beter eerst met de sector in gesprek kon gaan over de misstanden, reageerde Schouten:
Ik spreek altijd met de sector, maar ik denk dat het van belang is om dit nu eerst te gaan regelen.
Een jaar later bracht Scouten een ontwerpbesluit in internetconsultatie om het transport van zeugen na 77 dagen, en van koeien na 185 dagen, zwangerschap te verbieden.
De draagtijd van een zeug, of moedervarken, is gemiddeld 114 tot 115 dagen. 90 procent is dus tot 103 dagen. De draagtijd van een koe is gemiddeld 281 tot 283 dagen. 90 procent daarvan is 255 dagen. Zolang is transport van beide diersoorten nog steeds toegestaan. Want het ontwerpbesluit van Schouten is nooit doorgevoerd.
Uitstel, uitstel, uitstel
Na de internetconsultatie bleef het jaren stil. In januari 2022 volgde Henk Staghouwer (CU) Carola Schouten op als minister van Landbouw. Staghouwer werd in oktober 2022 opgevolgd door Piet Adema (CU). In februari 2023 liet zijn ministerie weten dat het verbod op het transport van hoogdrachtige koeien en varkens ‘medio 2023’ naar de Tweede Kamer zou komen.
Maar in maart 2024 was er nog steeds geen verbod. Het ministerie liet toen weten dat het besluit in de ‘tweede helft’ van het jaar zou komen.
Die zomer werd Adema opgevolgd door Femke Wiersma (BBB). In november 2024 liet het ministerie nog weten dat het verbod in het ‘derde kwartaal’ van 2025 zou komen. Maar in juni 2025 kwam het bericht dat de Kamer ‘separaat’ zou worden geïnformeerd over de planning. Diezelfde maand stapte de PVV uit het kabinet.
In oktober 2025 schreef inmiddels demissionair minister Wiersma dat zij een herziening van de Europese transportregels voor dieren wilde afwachten voordat zij een besluit zou nemen over ‘nieuwe nationale regelgeving’. Die dan al vijf jaar was uitgesteld.
In januari 2026 kwam de aap uit de mouw: Wiersma schrapte het ontwerpbesluit van Schouten. Maar — met nog één maand ministerschap te gaan — beloofde zij zich wel in Brussel te gaan inspannen voor een lagere transportleeftijd van zwangere dieren in de hele EU.
Nederland is met Denemarken, Zweden en wellicht Duitsland en Spanje (zolang de socialisten daar aan de macht zijn) verreweg in de minderheid voor zo’n verlaging. Dat wist Wiersma natuurlijk ook.


